Mongezi Ncaphayi, Blues in F, 2013

By: Merel van der Velde. Click here to view the original text.

 

Langs elkaar heen leven is ons zo gewoon geworden dat collectivisme ons kan raken, of zelfs ontroeren; we hebben nog veel te leren van de culturen die ons omringen.

In een smalle gang van de No Man’s Art Gallery (NMAG) hangt een serie grafiek van zeer jonge kunstenaars samen met de werken van meer gevestigde namen uit de locale scene van Johannesburg. Krachten worden verenigd om beginnende makers naamsbekendheid te geven en de opbrengsten gaan naar het collectief. In gesprek met Emmelie Koster, oprichter van NMAG, bespreek ik of dit al dan niet eerlijk is: worden de individuele makers benadeeld doordat de inkomsten niet naar de afzonderlijke kunstenaars gaan? Al snel blijkt dat we onszelf deze vraag enkel stellen omdat onze individualistische blik ons zicht op het collectivisme van Zuid-Afrika vertroebelt. Juist het oprichten van een collectief geeft hen bestaansrecht.

Taka That!! - Mongezi Ncaphayi, Pax Africana - N.O. Dennis, Down Town Drive - Themba Khumalo

Taka That!! – Mongezi Ncaphayi, Pax Africana – N.O. Dennis, Down Town Drive – Themba Khumalo

 

NMAG verkent en verbindt locaties zoals Mumbai, Parijs, Sjanghai en binnen een niet al te lange tijd Libanon met elkaar en met Nederland. De verschillende nationaliteiten en ideologieën die de kunstenaars bezitten komen samen in het globale netwerk van de galerie.

Het correct uitspreken van de namen van de kunstenaars uit Johannesburg is voor Emmelie van belang, ze wil zich zo intens mogelijk inleven in de komaf van haar makers. Zo belangrijk, dat ze alle kunstenaars hun namen liet inspreken op een bandrecorder en deze door alle medewerkers van de galerie heeft laten oefenen, onderweg en op de fiets naar de galerie, net zolang totdat de namen als oorspronkelijke klanken uit hun mond rollen.

Tussen namen als Lehlogonolo Mashaba, Mongezi Ncaphayi en Senzo Shanbangu staat William Kentridge. Het is vreemd genoeg voor mij een heel bescheiden doorn in het oog om zo’n grote naam in de rij tussen deze jonge makers te zien. Op de vraag of het misschien een makkelijk lokkertje is antwoordt Koster dat Kentridge een belangrijke rol speelt binnen de kruisbestuiving van de Zuid-Afrikaanse kunstwereld. Kentridge laat zijn schetsen uitwerken en verkopen door onder andere de Artist Proof Studio en zorgt hiermee voor een groot deel van de financiering van de andere kunstenaars. De verbondenheid en samenwerking in Johannesburg vormt een voorbeeld voor de westerse kunstwereld. De beroemde kunstenaars voelen zich verantwoordelijk voor de beginnende; door in hun roem te delen geven zij een deel van hun winst terug aan de gemeenschap.

Ode to colonialism, 2014

Ode to colonialism, 2014

De populariteit van prints en zeefdrukken is groot in Zuid-Afrika en kenmerkt de kunstwereld aldaar. Het medium wordt veel gebruikt, vooral door jonge kunstenaars, maar de oorsprong hiervan ligt in de tijd van rassensegregatie van de apartheid. Om de blanken superieur te laten lijken werd het de zwarten verboden om grootbezit te hebben, te trouwen met blanken, of onderwijs te genieten. Dit laatste zorgt ervoor dat getalenteerde kunstenaars hun kwaliteiten niet konden laten ontplooien door middel van een academische opleiding. Om dit grote gemis op te vullen en de talenten tot hun recht te laten komen werden printstudio’s opgericht waar leerlingen hun ideeën en creaties konden uitwisselen en een alternatieve vorm van onderwijs genoten van hun meester-printers. Deze collaboraties houden vandaag de dag nog steeds hun hoofd boven water door de werken te verkopen en de opbrengsten hiervan te gebruiken voor bijvoorbeeld drukpersen of materialen.

Gelegen aan de Nieuwe Herengracht in een antikraakpand, onthult NMAG in The Collaborative Spirit – grafiek van jonge kunstenaars uit Zuid-Afrika. Na drie maanden de dynamiek van locale kunstwereld verkend te hebben door het bezoeken van exposities, academies, veilingen en vooral veel mensen spreken, opende in Kaapstad No Man’s Art Pop-up Gallery – CAPE TOWN op 27 maart 2014 en vond plaats op een geheime locatie, die enkel bekend werd gemaakt aan hen die zich ingeschreven hadden op de gastenlijst. De rest van de 10 dagen van de expositie was voor iedereen te bezoeken, deze werkwijze wordt op elke nieuwe locatie toegepast.

 

The Collaborative Spirit is geboren uit deze guerrilla actie. De galerie neemt van over de hele wereld werken mee om deze weer elders tentoon te stellen en te verkopen. Het doel is om de werken van de Zuid-Afrikaanse kunstenaars in een ander milieu te zetten, vrij van de politieke of economische beperkingen in eigen land.