Emmelie Koster, oprichter van No Man’s Art Gallery, brengt een bezoek aan Teheran om daar een tentoonstelling te maken. Voor mister Motley doet ze verslag van haar reis waarin ze binnen een paar weken de sfeer van artistiek Teheran begint te begrijpen.

[Lees origineel artikel Mister Motley hier]

Deel I

Stel nou eens dat alle kroegen op vrijdagmiddag dicht zijn in Amsterdam, wat zou je dan gaan doen? Een opening hier en daar pakken misschien? In Teheran is vrijdagmiddag de middag voor “galerie gardi”, oftewel galleryhopping; hét sociale evenement van heel cultuur minnend Teheran. En dat is een grote groep. Duizenden mensen, elke vrijdag op de been om de laatste exposities te bezoeken. Je redt er ongeveer drie á vier op een avond, de afstanden zijn namelijk enorm. Je hebt een auto nodig, want met de metro kom je niet verder dan één bezoek. Mocht er nog een lege plek zijn in de auto dan is die na de eerste opening wel gevuld want iedereen mag met iedereen mee. Een jonge kunstenaar laat mij zijn route zien, netjes uitgestippeld op Google Maps. Zijn honger naar kunst wordt op vrijdagmiddag zowel gestild als aangewakkerd. Hij doet er wel zes op een avond, samen met zijn vrienden beginnen ze in het zuiden en werken ze zich tussen vier en acht uur ‘s avonds op naar het Noorden, waar ze wonen. De galeries krijgen zoveel mensen binnen op vrijdag dat de meeste galeries elke twee weken van expositie wisselen om weer iets nieuws te laten zien. Ik moet er niet aan denken trouwens, maar het lukt ze allemaal en ik begrijp ook wel waarom. De verplichte registratie van presentatieruimtes zorgt ervoor dat kunstenaars hun werk maar op een beperkt aantal plekken kunnen tonen. Zonder flinke doorloop stagneert de boel gewoon, zo komt iedereen tenminste een beetje aan de beurt.

Het uitzicht van Teheran

Een uitzicht op Noord-Teheran
Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man's Art Gallery in Iran, 2016

Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man’s Art Gallery in Iran, 2016

Ik moet zeggen dat het netwerken op de openingen er een beetje bij inschiet als je steeds door moet naar de volgende en het spraakwater ontbreekt. Gelukkig kom ik er snel genoeg achter waar dat wel gebeurt. “Come to my house tonight, bring your friend, we have a small informal gathering”. Gathering. Het toverwoord. Het galerie gardi-en vloeit over in een snelle kebab op Tajrish plein.

Eerst naar huis om me om te kleden, na zo’n warme dag plakt alles. Ik wil ook iets leukers dan die degelijke coltrui aan hebben op mijn eerste gathering, nog wel bij een galeriehouder thuis. Hoewel ik de leuke jurkjes in Amsterdam achtergelaten heb in de veronderstelling dat ik geen gelegenheid zou hebben om het te dragen. Mijn kersverse diplomatenvriend heb ik uitgenodigd om mee te gaan en hij haalt me thuis op. Hij is ook pas twee weken in Teheran en net zo onbeholpen als ik wanneer het op gatherings aankomt en twintig minuten later staan we met een zak chips en een doos dadels voor de deur van het sjijkste appartement dat ik in Teheran gezien heb. “Welcome! So nice to see you. Please come in, over there is a room where you can change your dress.” Ok, subtiel. Volgend bezoek toch maar die hele uitgaansgarderobe de koffer in proppen. Binnen valt het niet van een huisfeest in Amsterdam te onderscheiden, behalve dan dat geen van mijn vrienden cocktails en sushi serveert, laat staan door kelners. Op het dakterras staan ze allemaal, de critici, de fondsvertegenwoordigers, de kunstenaars, de curatoren, de ontwerpers van catalogi, en zelfs de man die mij twee weken later een expositieruimte aanbiedt voor het project waar ik voor gekomen ben.

Deel II

“Heb je al een ruimte gevonden?” Mijn grootste missie in Teheran is het vinden van een geschikte expositieruimte om in mei drieëntwintig kunstenaars vanuit alle hoeken van de wereld samen te brengen. Dat blijkt niet makkelijk, de meeste locaties zijn al lang en breed volgeboekt. De directeur van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Teheran raadt mij aan om dit project te laten plaatsvinden in het Niavaran Cultural Centre, een door de overheid gesteunde kunstruimte. Hij zorgt ervoor dat ik die middag nog een afspraak heb met de programmeur van die plek. Op het dakterras van de gathering bij de galeriehouder thuis noem ik de optie. “Misschien bij Niavaran”. Het antwoord stelt mijn gesprekspartner niet tevreden. Te conventioneel, te makkelijk. Hij heeft gezien dat we in andere landen in loodsen, atoomkelders en verlaten villa’s hebben geëxposeerd. Hij belooft mij de spannendste locaties van Teheran te laten zien.

De vervallen hammam.

De vervallen hammam.
Hier stond vroeger de grote filmprojector. Nu kun je er perfect de stad  overzien.

Hier stond vroeger de grote filmprojector. Nu kun je er perfect de stad overzien.

Een week later drukt hij me in het café van het museum een helm in handen. “We gaan een stukje rijden”. Achterop zijn Vespa rijden we door het drukke verkeer van Teheran en hij wijst me op het Stadstheater en een Gregoriaans kerkje. We stappen af op de hoek van een straat waar hij aanklopt bij een deur. Er wordt opengedaan, de geur van vers brood en Kashke Bademjan komt ons tegemoet. “Dit is een van de beste lunchtenten van Teheran. De eigenaar gaat van het pand hiertegenover ook een restaurant maken maar het staat nu nog leeg. Hij wil het je laten zien”. Van buiten ziet het pand er niet uit. Vanbinnen eigenlijk ook niet, maar het is wel fantastisch. Een oude hammam, helemaal vervallen. Eindeloos veel kamers met prachtige bogen, stenen met ornamenten, een binnenplaats en in elke kamer een hemel-gat. Prachtig, maar niet afsluitbaar natuurlijk. “Geen probleem” zegt mijn nieuwe vriend, “niemand die hier iets komt jatten”.

Etappe twee. De uiteinden van mijn hoofddoek wapperen onder mijn helm in de wind. Ik vind dit stiekem allemaal véél te romantisch. Achterop het stalen ros van mijn prins bereiken we de volgende locatie, een zomerbioscoop aan Enghelab straat. De trappen in het gebouw lopen langs de bioscoopzalen waar ooit goedgekeurde films te zien waren. Een verdieping hoger, op het dak vertelt hij dat dit vroeger een zomerbioscoop is geweest waar ‘s avond films in de warme buitenlucht te zien waren. “Ze zijn een tijd verboden geweest, maar dit dak wordt binnenkort weer opengesteld. Je zou hier een openluchtexpositie kunnen houden.” De stellage die vroeger voor een enorme filmprojector moet zijn gebruikt is het enige dat iets van beschutting biedt. De zon brandt ons weg, het licht is zo fel, zo sterk. Om hier kunst te tonen zouden we tenten moeten bouwen als beschutting. Zonde van het uitzicht. “Vanaf hier zie je heel Teheran, alles wat er in deze stad is, zie je hier vanuit deze ene plek. De Azadi toren, een ministerie, het museum, Vali Asr (de langste straat in het Midden-Oosten), tegen die berg zie je de luxewoningen liggen, hier dichtbij de arbeiderswoningen. Dit is Teheran.”

Deel III

Tegen de Russische ambassade aan, op de hoek van Ghazali street en Kandovan Alley staat een huisje van drie verdiepingen, een kelder en een binnenplaats. Het gerucht gaat dat dit huis ooit geschonken is door Reza Shah (de stichter van de Pahlavi-dynastie en sjah van Iran van 1925 tot 1941,red.) aan zijn conciërge, als dank voor trouwe dienst. Op de muren binnen en buiten siert graffiti. De Nederlandse kunstenaar Merijn Kavelaars is net aangekomen in Teheran. We inspecteren samen het huis in de hoop dat het geschikt is als expositieruimte. Een extra keldertje in de kelder (geluidsdicht en heel erg vies) doet onze fantasie op hol slaan. Misschien was dit ooit een clandestiene kroeg of een oefenruimte van een rockband. Toch is het duidelijk dat de kakkerlakken hier de afgelopen jaren een rustig bestaan hebben geleid. De kelder stinkt naar schimmel, ratten en de bruin geworden lichtblauwe verf bladert van de muren af. Er zal flink wat moeten gebeuren voor we hier kunnen exposeren, maar we hebben nog tien dagen voor de opening, dat is genoeg. Een werkploeg van een dag, een paar potten verf, wat planten en verse bloemen. ‘Je mag er alles mee doen. Sloop lekker een muur als je daar zin in hebt. Hier zijn de sleutels.’ De vrijgevigheid en gastvrijheid van de Iraniërs is indrukwekkend. Eindelijk hebben we een expositieruimte.

18.	De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Mitchell Gilbert Messina werkt aan zijn ‘Fountain for a city where it doesn’t rain’, naast het werk van Majid Biglari.

De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Mitchell Gilbert Messina werkt aan zijn ‘Fountain for a city where it doesn’t rain’, naast het werk van Majid Biglari.
Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man's Art Gallery in Iran, 2016

Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man’s Art Gallery in Iran, 2016

Een week voor de vernissage komen meer buitenlandse kunstenaars aan in Teheran en beginnen spontaan in en om de ruimte werken te maken. Lih-Lan Wong (curator) heeft een zestal Iraanse kunstenaars uitgenodigd om deel te nemen aan de pop-up galerie. Drie wekenlang heeft ze met de lokale co-curator Zohreh Deldadeh dagelijks meerdere atelierbezoeken gedaan om een goed beeld te vormen van de kunstscene in Teheran. Terwijl de net gearriveerde kunstenaars door de lokale kunstenaars op sleeptouw worden genomen om materialen te vinden voor hun site-specific werken neemt Iraanse topfotografe Newsha Tavakolian, Lindokuhle Sobekwa (1995, Zuid-Afrika) onder de vleugel. Het Prins Claus Fonds heeft hen in contact gebracht zodat Lindokuhle een inleiding krijgt in waar hij op moet letten wanneer hij in Teheran op straat wil fotograferen.

Ik heb zelf nog het een en ander af te ronden voordat we daadwerkelijk open kunnen. Documentatie van alle te exposeren werken moet worden ingeleverd bij het Ministerie van Cultuur, noodzakelijk voor een expositievergunning. Dat betekent dat een aantal werken en installaties slechts als geredigeerde versie getoond zullen worden. ‘A Scripted Life’ van Simone Engelen bevat veel naaktfoto’s. We tonen de helft van wat we in Nederland zouden tonen, met twee neptieten verstopt in een hoekje. De censuur is minder strikt dan ik aanvankelijk dacht. Verwijzingen naar het Christelijke geloof verwachtte ik weg te moeten laten, maar dat bleek volkomen onnodig. Zohreh legt het ons uit: ‘Iraanse vrouwen mogen niet zonder hoofddoek afgebeeld worden, buitenlandse vrouwen vaak wel. Vrouwelijk naakt mag nooit, mannelijk naakt, voor zover het niet de geslachtsdelen bevat, wel’. Ik speel op veilig. Misschien dat ik bij de volgende expositie hier in Teheran wat meer vrijheid durf te nemen, maar ik voel nu niet de behoefte de grenzen op te zoeken. Wat we nu niet hier kunnen tonen brengen we mee naar een volgende bestemming waar het wel kan.

Openingsavond in de ruimte op Ghazali street. Iedereen weet alles af van iedereen in Teheran, dat kwam goed uit. Ondanks dat we geen PR konden doen hadden we toch honderden bezoekers.

Openingsavond in de ruimte op Ghazali street. Iedereen weet alles af van iedereen in Teheran, dat kwam goed uit. Ondanks dat we geen PR konden doen hadden we toch honderden bezoekers.
30.	Kunstenaar Sam Samiee voor zijn werk in gesprek met kunstcriticus Arie Akkermans

Kunstenaar Sam Samiee voor zijn werk in gesprek met kunstcriticus Arie Akkermans
Werk van Majid Biglari op de binnenplaats van de expositie.

Werk van Majid Biglari op de binnenplaats van de expositie.

Het is bloedheet op de dag van de opening. Met een hamer slaan we grote ijsblokken tot klontjes voor in de virgin mojitos. Niet aan te slepen, het is druk. Vol verbazing zien we grote aantallen bezoekers binnenkomen. De expositievergunning kwam een dag voor de opening binnen en aan PR hebben we weinig durven doen. De Iraanse roddelcultuur heeft ons hier duidelijk een handje geholpen, het bericht van onze komst heeft flink de ronde gedaan.

De gasten komen binnen via de poort naar de binnenplaats waar water kabbelt uit de regenpijp-fontein van Mitchell Gilbert Messina (1991, Zuid-Afrika) naast een ijzeren sculptuur van Majid Biglari. Over de verdiepingen van het pand is gloednieuw en recent werk verspreid van 23 jonge kunstenaars die over de hele wereld werkzaam zijn. De aanwezige kunstenaars hebben ervoor gezorgd dat in elke hoek kunst te zien is. ‘Memory’, een video van Majid Biglari is geprojecteerd op de achterkant van een beschilderd doek van Sam Samiee, wiens baroque installatie van schilderijen ons richting het vieze keldertje dwingt.
Zelfs in die hoek heeft Sepide Zamani (1986, Iran) een prachtige installatie geplaatst en Arya Tabandehpoor (1985, Iran) heeft de kakkerlakken tot onderdeel van zijn kunstwerk gemaakt.
Aan het einde van de avond, wanneer tout kunstwereld van Teheran No Man’s Art Gallery heeft weten te vinden, sluiten we de deuren. We hebben behoefte om de kroeg in te duiken en de successen te vieren. Gelukkig hebben we het toverwoord nog. Tijd voor een gathering bij ons thuis.

Opening van de expositie. Foto van Lindokuhle Sobekwa, Lih-Lan Wong  en Iraanse co-curator Zohreh Deldadeh.

Opening van de expositie. Foto van Lindokuhle Sobekwa, Lih-Lan Wong en Iraanse co-curator Zohreh Deldadeh.

No Man’s Art Gallery nodigde in oktober 2016 de zes Iraanse kunstenaars Majid Biglari, Mehrdad Jafari, Shirin Mohammad, Sam Samiee, Arya Tabandehpoor en Sepide Zamani in Amsterdam uit tijdens de tentoonstelling Doré-hami. De expositie werd samengesteld door Lih-Lan Wong en Zohreh Deldadeh. De volgende bestemming van de internationale pop-up gallery is inmiddels aangekondigd: Sao Paulo, eind 2017. De kunst van bovengenoemde Iraanse kunstenaars zal ook daar te zien zijn.

33.	Hun eerste samenwerking geschiedde in Teheran bij onze pop-up gallery. In Amsterdam zetten Sepide Zamani en Sam Samiee de dialoog voort tijdens Doré-hami met deze installatie.

33. Hun eerste samenwerking geschiedde in Teheran bij onze pop-up gallery. In Amsterdam zetten Sepide Zamani en Sam Samiee de dialoog voort tijdens Doré-hami met deze installatie.
33. Hun eerste samenwerking geschiedde in Teheran bij onze pop-up gallery. In Amsterdam zetten Sepide Zamani en Sam Samiee de dialoog voort tijdens Doré-hami met deze installatie.
Niet helemaal duidelijk hoe dit door de douane is gekomen.
Niet helemaal duidelijk hoe dit door de douane is gekomen.

Naast de ruimte op Ghazali Street regelen we een tweede ruimte in Noord Teheran. De expositie opent in dezelfde week als die in downtown Teheran. In deze ruimte krijgen we ruzie met de eigenaar omdat hij een werk uit te expositie wil halen dat volgens hem niet aan de regels van de censuur voldoet. Dat klopt niet, weten wij ondertussen zelf ook. Achteraf blijkt dat hij de kunstenaar niet mag. Dat is wederzijds, de kunstenaar verplaatst zijn werk naar de downtown ruimte. We zijn allen geschokt dat iemand zich verschuilt achter zoiets als censuur; datgene wat de kunstwereld de grootste beperkingen oplegt. Hier te zien is werk van Hu Xing Yi, Ruben Cabenda en Mehrdad Jafari.

Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man's Art Gallery in Iran, 2016

Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man’s Art Gallery in Iran, 2016
Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man's Art Gallery in Iran, 2016

Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man’s Art Gallery in Iran, 2016
Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man's Art Gallery in Iran, 2016

Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man’s Art Gallery in Iran, 2016
Lindokuhle Sobekwa, beeld geschoten tijdens zijn verblijf met No Man's Art Gallery in Iran, 2016